Op inleefreis naar Peru

Zestien leerlingen uit vier secundaire scholen trokken deze kerstvakantie naar Peru met Broederlijk Delen. Bedoeling is nu dat de reizigers vanuit hun ervaring meewerken aan de vastencampagne om zo geld in het laatje te brengen. Snuister hier in hun dagboek.

Elida woont samen met haar 4 kinderen op een goudmijn. Letterlijk, en tot haar grote spijt. De prachtige groene heuvel waar zij als kind zo graag op speelde, is nu een ontoegankelijke krater. De omgeving is vervuild. Zij en haar dorpsgenoten werden nooit ingelicht over de komst van de mijn. Zoals Elida zijn er vele mensen in Latijns-Amerika die door de mijnbouw terecht komen in erbarmelijke en ongezonde leefomstandigheden.”, stelt Peter van Broederlijk Delen.

In groepjes van twee sliepen de jongeren  bij gastgezinnen. Zo waren de jongeren meer ‘gasten’ dan ‘toeristen’. Ze gingen er op zoek naar wat de Belgische en Peruaanse cultuur gemeen hebben, en wat totaal verschillend is. Enkele inleefreizigers aan het woord over de indruk die Peru heeft nagelaten:

Lucas: “Hun lach, hun muziek, hun felle kleuren zullen altijd in mijn herinnering blijven. Ook al leven veel van hen in hopeloze, ongezonde leefomstandigheden, ze blijven ervoor gaan, met de glimlach op hun gezicht.”

Simon: “Hier gaan kinderen naar de jeugdbeweging om zich eens goed vuil te kunnen maken. Daar spelen de kinderen iedere dag tussen de modder en de stront.”

Marie: “In Peru heb ik me heel klein en kwetsbaar gevoeld. Dat was een heel vreemd gevoel. Voor de reis kreeg ik van mijn vriendin een blikken doos mee vol reissnoepjes. Het ene snoepje moest ik eten  wanneer ik last had van heimwee, het andere snoepje tegen gênante momenten, het andere voor momenten van geluk. Op het einde van de reis had ik geen enkel snoepje meer over.”

Isabel: “Ik kon me heel moeilijk aanpassen aan de Peruaanse eetcultuur. Moet je weten, we kregen daar cavia op ons bord! Ook, de mensen staan daar wakker, en gaan slapen met gepofte maïs. Het liefste at ik ei. Dat was het enige dat ik herkende vanuit ons thuisland. Gek toch dat we steeds op zoek gaan naar datgene dat we herkennen vanuit België.”

Lindsey: “De mensen hebben er nauwelijks bezit en toch zijn ze veel gastvrijer dan ons. Ik denk niet dat ik eraan gedacht zou hebben om hun valiezen en rugzakken te dragen. Het is iets heel kleins, maar daardoor voel je je enorm welkom.”

An: “Op stap gaan met een groep van 20 is niet evident, en toch maakte Peru van ons een hechte groep. Grappig genoeg vormden onze grote boodschappen de rode draad. De een had last van te slappe, de ander van te harde kaka.”

Joke: “We hebben veel armoede gezien, en dat willen we niet vergeten. Maar wat me het sterkst zal bij blijven, is de sterkte van de mensen daar.”

Wil ik jij ook zo’n levenservaring meemaken? Stel jouw school kandidaat voor de volgende inleefreis die naar Oeganda trekt.

De vier secundaire scholen die dit jaar op inleefreis gingen, zijn het Don Boscocollege in Zwijnaarde, het Sint-Gertrudiscollege in Wetteren, het Vabi in Roeselare en het Sint-Aloysiuscollege in Menen.