Jongeren zijn wereldvreemd

De Noordpool aanduiden op een wereldbol en de juiste trein halen in het station. Kinderspel? Niet voor twaalfjarigen. Dat blijkt uit een onderzoek bij 4.000 leerlingen in opdracht van het Vlaams ministerie van Onderwijs.

Het onderzoek peilde naar de kennis van ‘tijd’, ‘’ruimte’, ‘maatschappij’ en ‘brongebruik’. Vooral ‘maatschappij’ bleek een slagveld. Leerlingen denken dat de overheid frituren bouwt (11 procent) en voor pretparken zorgt (30 procent). En nog eens 16 procent geeft aan dat in een democratisch land één persoon alle macht heeft en alle beslissingen neemt.

Rianne Janssen van KU Leuven vindt die resultaten op ‘maatschappij’ ontgoochelend. ‘Jongeren kennen wel de verkeersregels en hebben het doel van reclame door. Maar zodra de materie wat verder van hun bed is, wordt het te moeilijk.’

Met de resultaten op ‘tijd’ en ‘ruimte’ kan ze wel leven. ‘Negen op de tien kinderen kan België aanduiden op een wereldkaart. Dat is toch veel.’ En dat leerlingen door de mand vallen wanneer ze een uurrooster in een station moeten lezen, snapt ze: ”Welke twaalfjarige moet al op z’n eentje de trein nemen en overstappen? Bovendien zijn er ook dingen die ze goed kunnen. Googelen of een kompas gebruiken.’

Waarom 12-jargen zo slecht scoren in dit onderzoek? Wereldoriëntatie is niet het meest favoriete vak van leraren.  Er bestaan geen kant-en-klare lespakketten of handboeken. De leraren moeten de les wereldoriëntatie zelf ineen boksen en dat maakt hen onzeker. Maar ook ouders beïnvloeden de score. Twaalfjarigen bij wie thuis kranten en boeken gelezen worden, blijken wereldwijzer.

Deze vragen werden gesteld in het onderzoek. Kinderlijk eenvoudig of toch best moeilijk voor een twaalfjarige?  


Rangschik de fietsen van oud naar nieuw.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Uit welke periode komt dit stadsbeeld?

 

 

 

 

 

 

 

  • onze tijd
  • oudheid
  • middeleeuwen
  • nieuwe tijden

Welke situatie is typisch voor een democratisch land? Duid de juiste uitspraak aan:

  • Een persoon heeft alle macht en neemt alle beslissingen.
  • Heel veel mensen hebben geen werk.
  • Iedereen doet wat hij wil. Er zijn geen regels.
  • Verschillende politieke partijen doen mee aan de verkiezingen.
door , 2 jaar geleden